Het Griekse toneel en de Antigone

In Athene werden vroeger religieuze shows georganiseerd om de goden en de mensen te vermaken. In de negende maand van het jaar vonden de zogenaamde Dionysia plaats, een feest voor Dionysos, de god van de extase, de roes en de wijn. Deze god van de levenskracht en geslachtsdrift maakt de mens enthousiast; enthousiast wil zeggen: god Dionysos zit in je. En wie enthousiast is, bezeten is door Dionysos, verliest ook vaak zijn zelfbeheersing, wordt waanzinnig en destructief. De Dionysia waren een feest voor deze Dionysos, met een grote processie, offers, zang en dans.

En zo waren er ook de theatervoorstellingen tijdens de Dionysia voor deze godheid. Het toneel is begonnen met een soort mannenkoor. De mannen van dit koor zongen en dansten onder begeleiding van fluitmuziek. Langzamerhand kwamen bij dit koor acteurs. Deze acteurs, maximaal 3, speelden met elkaar en met het koor allerlei verhalen. De mannen speelden ook de rollen van de vrouwen.

De toneelschrijvers verzonnen hun verhalen niet altijd. In de Griekse wereld zweefden fantastische, goddelijke, menselijke en politieke verhalen. De schrijver `plukte' die verhalen uit de lucht, voegde er wat aan toe, haalde er wat van af, kortom; hij bewerkte het verhaal. En de toeschouwers stroomden toe, nieuwsgierig om te weten, welke draai de schrijver nu weer aan het verhaal had gegeven. Gelukkig werd niet alleen de tekst gespeeld, maar er werd ook gedanst en gezongen. Om al dat moois zo mooi mogelijk op te voeren gebruikten men tijdens de voorstelling ook nog technische hulpmiddelen, zoals hijskranen, een plankier op wielen enz. De spelers waren vaak in fraaie gewaden gestoken, wanneer het stuk een beetje ernstig was; bij pretstukken werden op allerlei plaatsen verdikkingen aangebracht: succes verzekerd.

Je moest voor het bijwonen van die toneelstukken vroeg uit de veren. Het programma was zwaar. En in de middag sloeg de hitte toe. Dus moest de zitting in het theater voor de middag afgelopen zijn.Elk jaar vonden vier dramadagen plaats: de eerste dag vijf komedies van de hand van vijf auteurs, de volgende drie dagen telkens een tetralogie (drie tragedies en een satyrspel). Iedere tetralogie was geschreven door een auteur. En jury wees 1 komedie en 1 tetralogie aan als winnende stukken.

De toneelschrijver was tegelijkertijd en dichter, componist, choreograaf en regisseur. Er waren sponsors. Uitvoerders waren professionele acteurs en een zogenaamd koor, dat uit amateur zangers-dansers bestond. Allen alleen mannen!. De stukken werden in de vijfde eeuw niet heropgevoerd, dat wil dus zeggen: elk jaar 17 premières.

Duizenden toneelstukken zijn er geschreven. Natuurlijk; ook toen was het publiek een verwend monster dat onafgebroken gevoed moest worden. En een klein gedeelte van die duizenden stukken is bewaard gebleven: in totaal vierenveertig stukken.

Dé drie Attische tragediedichters zijn Aischylos, Sophokles en Euripides. Van Sophokles' 123 stukken zijn er 7 volledig bewaard gebleven, waaronder o.a. de Antigone.

Indeling van een tragedie

a Proloog

- Hierin wordt de beginsituatie duidelijk gemaakt. Het is het gedeelte dat aan de opkomst van het koor voorafgaat.

b Parodos

- De opkomst van het koor.

c Epeisodia

- Dialogen, afgewisseld door:

d Stasima

- De koorliederen, in de orchestra gedanst en gezongen, en afgesloten door:

e Exodos

- Het gedeelte na het laatste stasimon. Deze scène eindigt met het heengaan van het koor.

Handreiking bij de voorbereiding van de Antigone

Voorgeschiedenis

Kadmos is koning van Thebe.
Hij huwt met Harmonia.
Labdakos is hun kleinzoon.
Een vloek rust op Labdakos' huis.
Laïos, de zoon van Labdakos,
legt
zijn zoon Oidipous te vondeling.
Oidipous groeit op.
Onwetend doodt hij zijn vader,
de
koning van Thebe.
Onwetend huwt Oidipous zijn moeder,
de
weduwe van zijn vader Laïos.
Bemind koning van Thebe wordt hij,
verwekt
bij zijn moeder en vrouw
twee dochters: Antigone en Ismene
twee zonen: Polyneikes en Eteokles.
Alles inziende verhangt zijn vrouw
en moeder zich.
Alles inziende steekt hij zich
de ogen uit.
De kinderen groeien op.
De zonen verdrijven hun vader,
die
hen vervloekt.
En door zijn dochter Antigone begeleid
doolt Oidipous rond
tot hij sterft.
De zonen zijn nog minderjarig.
Kreoon, broer van hun moeder,
neemt
het bestuur waar.
Oud genoeg geworden
spreken Polyneikes en Eteokles af
om beurten te reageren.
Eteokles heerst als eerste over Thebe.
Polyneikes is aan de beurt,
maar
Eteokles weigert zijn belofte te houden en zijn macht af te staan.
Polyneikes, uit de stad verdreven,
zoekt
met zes prinsen zijn rechten op de troon te heroveren.
Zeven helden vallen
Thebe's zeven poorten aan.
Eteokles en Polyneikes doden elkaar
overeenkomstig Oidipous' vloek.
De legermacht van de aanvallers
gaat naar huis.
De nacht valt.

Kreoon beveelt op het slagveld:
wie
de gesneuvelde vijand van het volk begraaft en eert, wordt door steniging ter dood gebracht.

Bij het aanbreken van de dag
begint de `Antigone'.

Antigone

Plaats van handeling: voor het koninklijk paleis in Thebe.

proloog

Antigone brengt haar zuster Ismene op de hoogte van het verbod van Kreoon de dode Polyneikes te begraven. Ze spoort Ismene aan samen met haar het verbod van Kreoon te overtreden en Polyneikes de laatste eer te bewijzen. Ismene probeert Antigone van haar plan af te houden en zegt:

- `Het is onze familie al zo slecht vergaan;

- wij zijn slechts vrouwen;

- naar de machthebbers moet je luisteren;

- buitensporige dingen doen is uit den boze;

- wees verstandig, Antigone, het heeft geen zin.'

Antigone, nu vol verachting voor Ismene, kondigt aan de daad alleen te zullen volbrengen. Antigone en Ismene scheiden in vervreemding van elkaar.

parodos

In scherp contrast tot de gespannen sfeer van de proloog jubelt het koor, vooraanstaande Thebaanse burgers, nog onwetend van het verbod van Kreoon, het lied van de overwinning:

`Viert feest, want de goden hebben gewild, dat Polyneikes, die als een arend, als een monster, als een orkaan vol haat, Thebe bedreigde, werd verslagen: de goden staan aan Thebe's kant en ze straffen genadeloos'.

eerste epeidosion

Kreoon, wettig koning van Thebe geworden, spreekt zijn troonrede uit. Hij heeft de steun van het koor, Thebaanse burgers, nodig en daarom benadert hij hen vriendelijk en vleiend. Eerst geeft hij de reden voor de bijeenkomst, daarna zet hij de principes van een goede heerser uiteen:

- `altijd het beste voor de burgers beogen;

- nooit zijn mond uit angst houden;

- nooit een vriend stellen boven het vaderland.'

Dan deelt hij zijn beslissing mee: het verbod van Polyneikes' begrafenis.

Tijdens het uitspreken van het verbod, wordt het verbod reeds overtreden.

Tot slot zegt hij: `wie goed is voor de samenleving zal hoe dan ook door mij geëerd worden.

Het koor reageert lauw, tot teleurstelling van Kreoon, maar onderwerpt zich aan het bevel.

Een wachter van het lijk van Polyneikes verschijnt met het bericht dat, ondanks het verbod van Kreoon, toch iemand zand gestrooid heeft op het lijk. Het koor veronderstelt dat misschien de goden in het spel zijn (en dus een begrafenis wensen). Kreoon reageert vertoornd en grof, in korte zinnen en bevelen vol beschuldigingen: natuurlijk zijn de goden niet in het spel, maar er zijn politieke tegenstanders die de wachters hebben omgekocht, want geld is nu eenmaal de oorzaak van veel verraad en misdaad in de wereld; hoe dan ook, de straf zal komen. En onder bedreigingen, voor het geval de dader niet gegrepen wordt, zendt Kreoon de wachter weg.

eerste stasimon

Het koor, dat overtreding van het verbod voor ondenkbaar houdt, zingt het lied van de mens:

`Vreemd en groots is de mens:

hij beheerst de elementen (hij bevaart de zee, beploegt de akkers),

hij is meester over de dieren (hij gaat op jacht en temt de dieren),

hij bouwt een samenleving op, door de taal en het windsnelle denken.

Hij kan ziektes bestrijden.

Twee grenzen evenwel moet iedere mens erkennen:

aan de dood kan hij niet ontkomen en

als hij de wetten en de goden niet eert,

plaatst hij zich buiten de samenleving'.

Het koor beoordeelt de onbekende dader en stelt een diagnose. Maar niet Antigone overtreedt de goddelijke wetten, maar juist Kreoon, aan wie het koor `gehoorzaamt'.

tweede epeisodion

Geschokt en vol onbegrip is het koor, wanneer terstond na zijn woorden Antigone het toneel op wordt gesleurd. Triomfantelijk vertelt de wachter het verhaal van haar arrestatie. Antigone wilde haar broer opnieuw en uitvoeriger begraven. Een felle woorden wisseling ontstaat tussen Antigone en Kreoon. Antigone wordt geleid door haar liefde voor haar broer en is gehoorzaam aan de ongeschreven, universele, goddelijke wetten. Ze botst met Kreoon. Hij verwijt haar haar koppigheid, het overtreden van zijn `wet' en het feit dat ze daarop ook nog trots is. Antigone is ook trots op haar daad, op het aanzien in de ogen van anderen. En zegt beweert dat angst voor Kreoon de tong van de koorleden verlamt. Kreoon veroordeelt Antigone ter dood en beschuldigt Ismene van medeplichtigheid; ten onrechte, want Ismene, die vol wroeging en uit angst voor een leven zonder Antigone, nu ook wenst te sterven, wordt door Antigone bitter teruggewezen: nu is zij te laat. Ismene doet nog een uiterste poging Antigone te redden en zegt dat Kreoon Antigone, die toch de verloofde van zijn zoon Haimoon is, laat doden. Daarop reageert Kreoon met: `Er zijn nog genoeg akkertjes om te beploegen'.

Kreoon laat beiden afvoeren.

tweede stasimon

De dader is bekend! Het bleek een daderes zijn; Antigone's dood staat vast. Het koor zingt nu het lied van het lijden, het lied over de onverklaarbare goddelijke vervloeking, waartegen niets is opgewassen:

`Als een woeste zee slaat de vloek over het huis van Antigone en treft ook haar zelf; de goden en bovenal Zeus zijn almachtig en de mens is vaak verblind (zoals ook Antigone, bedoelt het koor, en/of Kreoon).

derde epeisodion

Haimoon, de verloofde van Antigone, komt op en na een vriendelijk begin steekt de storm op: De scène is strak en formeel, en doet denken aan een proces voor de rechtbank, maar inhoudelijk is de confrontatie bijzonder stormachtig. Tevergeefs probeert Haimoon zijn vader ervan te overtuigen, dat hij zich vergist en dat Antigone verstandig handelt. Haimoon spreekt niet of nauwelijks over de liefde die hij voor Antigone koestert; het gaat hem bovenal om het feit dat volgens hem zijn vader een vergissing begaat. Maar Kreoon denkt, dat de belangrijkste drijfveer voor de woorden en het optreden van Haimoon diens liefde voor Antigone is. Haimoon zegt dat iedereen in de stad weet, dat Antigone het gelijk aan haar zijde heeft...

Kreoon voelt zich verraden door zijn zoon en wil, in drift onstoken, zijn zoon zo wreed mogelijk treffen. Haimoon stormt in gefrustreerde woede van het toneel af. Kreoon, die eerst steniging door het volk had bevolen, beveelt nu Antigone levend te begraven en wast zijn handen in onschuld door zich min of meer spottend uit te laten met de woorden: `De goden van de onder wereld moeten nu maar het lot van Antigone bepalen'

derde stasimon

Het koor zingt het prachtige lied van de liefde: Eros is onontkoombaar en overvalt het jonge meisje en de dieren, heeft macht op de zee en op het land, beheerst de goden en de mensen. Eros veroorzaakt ruzie tussen Kreoon en Haimoon. Door liefde beheerst verloor Haimoon het respect voor zijn vader. Maar ook het zich verzetten tegen de liefde is zinloos.

vierde epeisodion

In wondermooie bewoordingen klaagt Antigone over de zinloosheid van haar lot; ze is volkomen alleen; ze heeft haar leven als vrouw niet afgerond, ze is niet tot ontplooiing gekomen, is ongehuwd gebleven en nu, nu trouwt ze met de dood. Niemand steunt haar (ze weet niets van Haimoon). Het koor leeft mee, maar verandert niet van gedachte. Prijzenswaardig is wat je doet, het geeft je zelfs roem, maar toch ben je te eigenzinnig, en moet je boeten voor de vloek die rust op het huis van Labdakos.

Kreoon komt op en beveelt Antigone weg te voeren en alleen te laten, niet beseffend, dat Antigone niet alleen zal blijven. Totaal geïsoleerd spreekt Antigone haar afscheidswoorden met tedere genegenheid voor haar stad Thebe

vierde stasimon

Het koor zingt het lied van het noodlot:

`De macht van het noodlot is verschrikkelijk en sterk! Het koor geeft enkele mythologische voorbeelden (Danaë, Lykourgos, Phineus' zoons en hun moeder Kleopatra) als troost voor Antigone en als waarschuwing voor Kreoon'.

vijfde epeisodion

De blinde ziener Teiresias, spreekbuis van de goden, komt op, niet om Antigone te redden, maar om Kreoon te waarschuwen. Kreoon beschuldigt Teiresias van boze bedoelingen. Maar Teiresias stelt duidelijk, dat Kreoon door zijn daden de stad verontreinigt, dat Polyneikes immers aan de goden van de onderwereld toebehoort en de bovenaardse goden geen recht meer hebben op Polyneikes. De natuurlijke orde is verstoord en die verstoring willen de goden niet. Uit Teiresias' woorden is alleen op te maken dat Kreoon onjuist gehandeld heeft in de ogen van de goden, maar niet dat Antigone in hun ogen goed heeft gehandeld.

Kreoon geeft met een duwtje van het koor - met tegenzin - toe.

`Bevrijd Antigone en begraaf Polyneikes', zegt het koor. Kreoon gaat accoord. Maar ... o drama ... eerst Polyneikes en dan ...

vijfde stasimon

Het koor zingt het lied van de wanhoop:

`Bacchos, god van Thebe, red ons, red onze stad!'

exodos

Een bode vertelt beeldend en uitvoerig aan het koor en Eurydike, de echtgenote van Kreoon en de moeder van Haimoon, dat Polyneikes begraven is en dat Antigone en Haimoon gestorven zijn. Eurydike gaat doodstil weg. Kreoon verschijnt met het lijk van zijn zoon.

kommos

Na de jammerklacht van Kreoon over de dood van zijn zoon meldt de bode de zelfmoord van Eurydike. Gebroken is Kreoon; zijn gelukkigste dag zal - zegt hij - de dag van zijn dood zijn.

Tenslotte spreekt een koorlid:

'Verstandig handelen is de kern van elk geluk.'

Miscellanea

Binnen het toneelstuk wordt het begrafenisverbod van Kreoon als verwerpelijk in de ogen van de mensen, van de goden en tenslotte ook van Kreoon beschouwd. Kreoon ging veel te ver! Zelfs aan de lichamen van vijanden werd in die tijd niet zo snel een begrafenis onthouden. En mocht dat toch het geval zijn, dan wilde dat nog niet zeggen: de lichamen laten liggen om opgevreten te worden door de honden en de vogels. Als de vijand dood is, dan is de vijand geen bedreiging meer.

Er is geen enkele aanwijzing in de tekst, dat Polyneikes begraven moet worden, omdat anders zijn ziel geen rust kan vinden;

Maar ...

- er moet eer worden bewezen aan de dode en

- wanneer een lijk niet begraven is, dan is de samenleving, de gemeenschap besmet.

Volgens sommigen is Antigone `dol' op haar broer die zij zelfs meer `liefheeft' dan haar verloofde Haimoon, en het lijkt alsof ze achteraf pas zoekt naar redenen om anderen te overtuigen.

Dit is speculatief!

Antigone sterft in de overtuiging dat ze juist heeft gehandeld en dat niemand die overtuiging van haar deelt. Ze vergist zich. Dat is haar tragedie, dat is haar eenzaamheid. En de toeschouwer weet dat.

Niet Antigone, maar Kreoon negeert de gevoelens en de wensen van de burgerij. Kreoon komt niet op voor de wetten van de burgerij. Neen. Kreoon komt voor zijn eigen wetten, voor zijn eigen bevelen op. Hij is de alleenheerser. De autocraat bij uitstek, heerser van Thebe.

Het is een stuk over een heerser van Thebe! Daar was dat gedrag van Kreoon mogelijk in Thebe, niet in Athene. Zo heeft het Atheense publiek het waarschijnlijk ervaren.

Antigone's optreden is ingegeven door haar familiezin, het opkomen voor je familie, voor je broer. Zij verdedigt de goddelijke,ongeschreven wetten. Daarin gelooft ze heilig.

Kreoon begint redelijk, beheerst de situatie steeds min der, ontwikkelt zich steeds meer tot een trotse despoot, die niet luistert.

Twee mensen - twee standpunten.

Onoplosbaar is hun conflict.

Beiden gaan ten onder.

Beiden sleuren anderen mee.

© j.g.j.m. wellink | wellinkiana